Icon ios app
Strava
Free app for Android and iPhone

MIB MTB De Rips - Cuijck

24
MAR
8:30 AM Sunday
Meet Up Spot https://goo.gl/maps/JsHnZ8hou8F2
Tempo / Mostly Flat

Voor de liefhebber van Bos, heide en Maas

Wat kom je tegen op deze route:

De Rips:
De Rips is een ontginningsdorp in de gemeente Gemert-Bakel in de Nederlandse provincie Noord-Brabant.
De geschiedenis van de bewoning in de omgeving gaat ver terug, aangezien er voorwerpen uit de Tjongercultuur werden gevonden.
De Tjongercultuur of Federmessercultuur is een cultuur uit het Laat-paleolithicum van ongeveer 10.000 tot 9.000 jaar voor het begin van de jaartelling. De cultuur volgde op die van de rendierjagers van de Hamburgcultuur en trad op tijdens het Allerød-interstadiaal, toen het iets warmer werd en het toendralandschap veranderde in een berken- en dennenbos.

Bezienswaardigheden:
De Pionier, een bronzen beeld van een arbeider die ontginningswerkzaamheden uitvoert. Het bevindt zich voor het buurtcentrum.
Kapel Maria van Liefde, een achthoekig en met leien gedekt gebouwtje uit 1994, aan de Middenpeelweg. De kapel heeft een mooi smeedijzeren toegangshek en schilderwerk. De oprichting van deze kapel is een privaat initiatief geweest van het echtpaar Ineke en Bernard Ploegmakers. In de nabijgelegen schuur van hun boerderij is een kleine tentoonstelling ingericht. Ineke zou in 1990 een visioen gehad hebben.
Het Bosmuseum, nabij de parkeerplaats van het Beestenveld, toont aan de hand van informatiepanelen en beeldmateriaal de rijke geschiedenis van het Peeldorp. Het is in 2008 geopend.

8 KM
Groote Slink- Bunthorst:
De Groote Slink is een landgoed en natuurgebied in de gemeente Sint Anthonis dat bezit is van het Brabants Landschap. Het heeft een oppervlakte van 186 ha.

Nadat de Enschedese zakenman Abraham Ledeboer zeer goedkoop 1200 ha woeste grond in de Peel had gekocht, wees hij de gebroeders Roelvink, die Twentse bankiers waren, op deze mogelijkheid. De gemeenten verkochten deze grond om geld in kas te krijgen. Vanaf 1903 kochten Adam en Jan-Berent Roelvink 1050 ha grond op. De Groote Slink en de Bunthorst werden in 1907 aangekocht. De ontginningswerkzaamheden werden uitgevoerd door de Nederlandse Heidemaatschappij.

Van 1910 tot 1917 werd landgoed de Groote Slink aangelegd in opdracht van Adam Roelvink door landschapsarchitect Leonard Springer. Deze legde een landgoed aan in Engelse landschapsstijl. De architect maakte gebruik van de natuurlijke glooiingen om dit nieuwe landschap vorm te geven.

Er werd een villa gebouwd die ooit Groote Slink heette maar tegenwoordig Bronlaak wordt genoemd. Vanuit deze villa lopen twee zichtassen in de vorm van kaarsrechte lanen. De één heet de Long Walk en de ander de Düsseldorfer Allee. De laatste is een kopie van de Königsallee in Düsseldorf, toen een statige laan, nu een drukke winkelstraat. Zowel de lengte van de laan als de afstanden tussen de bomen zijn gelijk aan die van het Duitse voorbeeld. De bomen zijn Inlandse eiken, maar er staan drie Moeraseiken tussen.
De Groote Slink is heel afwisselend en bezit naast de Slinkvijver een afwisseling van heideveld, poelen, loofbossen en weilanden. De benaming Slink wijst op Slenk of laaggelegen terrein.

Het gebied is vrij toegankelijk en er zijn wandelingen uitgezet die uiteraard ook langs de cultuurmonumenten voeren.

Grenzend aan de Groote Slink vindt men het landgoed de Bunthorst.

15 KM
Sint Anthonisbos:
Het Sint Anthonisbos is een natuurgebied van 937 ha ten westen van Sint Anthonis in het noordoosten van de Nederlandse provincie Noord-Brabant.
In de volksmond wordt dit gebied vaak aangeduid met de naam De Staatsbossen of kortweg De Staat. Het gebied wordt namelijk beheerd door het Staatsbosbeheer.
Het gebied bestaat uit een jong ontginningsbos van voornamelijk grove dennen dat in de jaren '20 en 30 van de 20e eeuw is aangelegd. Naast naaldbos vindt men ook gemengd bos, zodat het een natuurlijk karakter heeft. In een vastgelegd stuifzandgebiedje nabij het dorp Sint Anthonis staat de z.g. Heksenboom, een merkwaardig vergroeide grove den.

In het bos bevindt zich het laaggelegen Peelven, een vochtig heidegebied, en de Ullingse Bergen, een open vlakte van zo'n 150 ha waar zich heide en (niet meer actief) stuifzand bevinden. Dopheide, moeraswolfsklauw, ronde zonnedauw, kleine zonnedauw en kruipwilg zijn te vinden in vochtige laagtes zoals het Peelven. Amfibieën als heikikker en rugstreeppad komen hier voor. Op drogere delen groeien fraaie jeneverbesstruwelen. In het noordwesten van het gebied bevinden zich, niet ver van Landhorst, broekontginningen met de namen Visdel en Groot Berkenbos. Dit is het brongebied van de Tovense Beek. Hier zijn droge en natte graslanden en vindt men doorgeschoten elzenhakhoutbosjes en bloeit er in het voorjaar de dotterbloem.

Broedvogels in het gebied zijn de havik, sperwer, nachtzwaluw, tapuit, geelgors, boomleeuwerik en wulp. Aan zoogdieren komen hier onder meer veel reeën voor naast een flink aantal dassen en andere bosbewoners. Vanwege het beheer graast in dit gebied ook een kudde Schotse Hooglanders en een kudde Kempense heideschapen.
25 KM
Molenheide:
Molenheide is een Nederlands natuurgebied dat zich bevindt tussen Mill, Wanroij en Wilbertoord en in het bezit is van de Vereniging Natuurmonumenten. Het heeft een oppervlakte van 235 ha.

Ooit maakte dit gebied deel uit van een uitgestrekt heideveld, waar ooit zelfs een windmolen heeft gestaan. Van 1920-1939 werd dit gebied ontgonnen en beplant met naaldbomen, zoals grove den, en met Amerikaanse eik. Binnenin dit productiebos werd later ook nog een zeer grote pluimveeproefmesterij gevestigd met de naam Canteclaer.

In 2000 werd het gebied verworven door Natuurmonumenten. De pluimveemesterij werd gesloopt en de met stikstof verrijkte bovenlaag werd afgegeschraapt tot op de zandbodem. Aldus ontstond een vlakte die weer tot heidegebied wordt omgevormd zodat er meer ruimte komt voor aan heide gebonden diersoorten als de kleine of levendbarende hagedis. Wat de flora betreft zijn op afgegraven plekken onder meer kleine zonnedauw en moeraswolfsklauw verschenen.

Het beheer is gericht op bevorderen van meer variatie in het terrein. Daarom zijn hier en daar open plekken gemaakt in het bos, ook heeft men de bomen die bij de storm van januari 2007 omvielen bewust zo laten liggen. Een groot deel van het gebied wordt het hele jaar door begraasd met een kleine kudde schotse hooglanders.

Nieuwe paden werden aangelegd en er zijn twee wandelingen uitgezet door het gebied. Met de bovenlaag is onder meer een uitzichtheuvel aangelegd, om het gebied recreatief wat interessanter te maken.

43 KM
Sint Agatha:
Het dorp is vernoemd naar de Heilige Agatha van Sicilië, de heilige aan wie de kapel en het klooster zijn gewijd. Op 4 september 1315 werd in een document gewag gemaakt van een kapel van Sint Agatha onder Kuycbrockele. Omstreeks 1371 werd het Kruisherenklooster gesticht. Sint Agatha fungeerde als zelfstandig dorp, dat deel uitmaakte van het Land van Cuijk, totdat het in 1810 bij de gemeente Cuijk werd gevoegd, waarna de gemeente Cuijk en Sint Agatha ging heten. Deze gemeente werd in 1994 opgeheven, waarna een nieuwe, grotere fusiegemeente Cuijk ontstond.

Sint Agatha ligt aan de Maas. In de uiterwaarden is weiland, en verder van de rivier is landbouwgrond. Het meest westelijke deel van Sint Agatha is Padbroek, waar nu een nieuwbouwwijk van Cuijk is gelegen. Ten oosten hiervan ligt landgoed De Hantert.

48 KM
Oefelter Meent:
De Oeffelter Meent is het meest noordelijke deel van het natuurgebied Maasheggen in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het bevindt zich ten noordoosten van Oeffelt tussen deze plaats en de Maas.

Van dit gebied is 118 ha in bezit van Staatsbosbeheer. De naam meent verwijst naar gemeenschappelijke weidegrond.

Sinds ongeveer 1400 is dit gebied in bezit geweest van de Kruisheren van Sint Agatha.

Het gebied is gekenmerkt door open rivierduinen en riviertjes als Virdse Graaf en Oeffeltse Raam. Voor een deel lopen deze door oude stroomgeulen van de Maas. Tussen 1820 en 1850 is een van de rivierduinen vergraven, zodat het grind aan de oppervlakte kwam. Ook dit grind is deels gewonnen, waardoor een reliëfrijke hobbelweide ontstond. Ook ten behoeve van de baksteenfabricage is klei gewonnen. Dit alles heeft tot het ontstaan van moerassige laagten geleid.

Het gebied werd lange tijd verwaarloosd als dumpplaats en crossterrein, maar in 1982 verwierf Staatsbosbeheer 25 ha van het terrein, en in de loop der jaren 90 van de 20e eeuw werd, naast het zandige terrein, meer weidegrond verworven. Het gebied kent bloemrijke droge stroomdalgraslanden met planten als eenjarige hardbloem, overblijvende hardbloem, wilde tijm, lathyruswikke, kaal breukkruid, zacht vetkruid, gestreepte klaver en draadklaver. De kamsalamander komt in een drinkpoel voor.

57 KM
Vortumsche en Groeningsche Bergen:
De Bergjes is een onderdeel van het natuurgebied Maasheggen. Het is gelegen tussen de Maas en de plaatsen Groeningen en Vortum-Mullem. Staatsbosbeheer bezit 191 ha in dit gebied.
Het terrein bestaat vooral uit weilanden die omzoomd zijn door de karakteristieke heggen, waaronder zich een rijke flora bevindt met onder meer kruisbladwalstro, gevlekte aronskelk en heggenrank. Daarnaast treft men hier twee rivierduinen aan, en wel de Vortumse Bergen en de Groeningse Bergen. Beide gebieden zijn bebost. Op de Vortumse Bergen werd tot 1965 ook hakhout geoogst. In de heggen broeden grote aantallen zangvogels, zoals grasmus en braamsluiper. De steenuil en de gekraagde roodstaart broeden in de knotbomen. Kleine bonte specht, goudvink en nachtegaal zijn typerend voor de rivierduinen.

77 KM
Zwartwater:
Zwartwater is de naam van een natuurgebied ten noordoosten van Vredepeel.
Het betreft een jong naaldbos, en is 165 ha groot. Dit bos ligt op droge zandgrond. Het bestaat voornamelijk uit grove den, Corsicaanse den en Oostenrijkse den.
Het oostelijk deel van dit gebied is natuurterrein: Er is daar een heidegebied. In het bos zijn ook enkele vennetjes en open plekken.

Gedurende de jaren '80 van de 20e eeuw zijn veel dennen omgehakt en daarna werd herplant met zomereik, grove den en ruwe berk. Ook is er veel geplagd en er wordt begraasd.

80 KM
Vredepeel:
Vredepeel (Limburgs: De Vredepieël) is een klein ontginningsdorp in de Limburgse gemeente Venray. Vredepeel ligt aan de grens met Noord-Brabant, tussen Venray en De Rips. Vredepeel heeft (1 januari 2016) 240 inwoners en een oppervlakte van 1830 hectare.

De naam van het dorp verwijst naar het gebied Vredepeel, wat slaat op de bemiddeling van koning Frederik Willem I van Pruisen om eens en voor altijd de grens vast te stellen tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden en het toen onder Pruisisch gezag staande Overkwartier van Gelre. Hiertoe werd in 1716 de Vredepaal op het knikpunt van de grenzen geplaatst.

Hoewel er overeenstemming bestond tussen de Republiek en Pruisen, hadden de Brabanders, die kilometers brede strook gebied aan hun Overgelderse buren kwijtraakten er bepaald weinig vrede mee. Het plaatsen van de nieuwe palen ging daarom gepaard met veel militair vertoon. Het gebied zuidelijk en oostelijk van de Vredepaal kwam stond daardoor merkwaardig genoeg bekend als de Twist. Nog altijd liggen hier naast elkaar de Twistweg en de Vredeweg.

Vredepeel is de jongste kern van de gemeente: het ontginningsgebied werd pas in 1949 toegewezen. De naam Vredepeel werd in 1955 bij het begin van de bouw van het dorp bekendgemaakt. Op 16 juni 1955 werd op de plaats waar de kern van het dorp zou komen, door minister Sicco Mansholt “de Steen” onthuld,waarin de naam Vredepeel staat gebeiteld

Op 1 mei 1957 werd een vliegbasis gevestigd bij het dorp, vliegbasis De Peel. Tegenwoordig is "Luitenant-generaal Bestkazerne" de nieuwe benaming voor de voormalig vliegbasis met een reserve-status.
In 1958 werd de school (Regina Pacis) geopend waar in het begin ook de kerkdiensten plaatsvonden. Pas in 1963 werd de kerk (Koningin van de Vrede) gebouwd.


Helmond, Noord-Brabant, Nederland